FARIDA’S BLOEMEN & KRUIDENTUINTJE
WELKOM.
Ons stekkie.
Contact.
Mijn - Webshop.
Zaai info.
Tuintechnieken.
Mijn Peperlijst.
Hot Chilipeper .
Giftige planten.
Kruiden.
Combinaties.
Water hergebruiken.
Ziekten & Plagen.
Slakken bestrijding.
Recyclen.
Zaaikalender.
Tuinbonen .
Peren.
Jam-recepten.
Peren
Peren zijn wat moeilijker te kweken dan appels. Ze kunnen zonder aanwijsbare reden
ziek worden of al hun vruchten laten vallen. Of helemaal geen vrucht zetten.
Als je je aan onderstaande aanwijzingen houdt, moet het goed gaan.

Vermeerderen
Peren kunnen op twee manieren worden vermeerderd: door zaaien of door enten.
Vermeerdering door zaad heeft het nadeel dat de nakomelingen belangrijk kunnen afwijken van
de moederboom. Daarom worden de meeste perenbomen geënt.

Grond
De perenboom groeit op vrijwel iedere grond. Het meest geschikt zijn zavelgronden en humusrijke
zandgronden. Kleigronden zijn ook geschikt. De grondwaterstand mag niet te hoog zijn.
Een overvloed aan vocht wordt door bomen niet op prijs gesteld en kan leiden tot ziekte of zelfs
de dood.

Leiden, vormen en snoeien
Welke boom je het beste kunt aanschaffen, hangt natuurlijk af van wat voor soort peer je lekker
vindt en hoeveel plaats je hebt in de tuin. In een kleine tuin is een laagstamboom op zijn plaats, in
grotere tuinen is genoeg ruimte voor een hoogstamboom. Perenbomen zijn heel geschikt om te
leiden, bijvoorbeeld tegen een zonnige muur. In de eerste drie jaar na het aanplanten snoei je
alleen matig om hem in model te houden. Daarna is het noodzakelijk dat je elk jaar snoeit.
Zo blijft de boom gezien en krijgt hij betere vruchten. Je doet dit het best in februari of maart,
vlak voor de boom uitloopt.

Waaiervorm
Zo wordt gesnoeid als fruitbomen tegen een muur aan moeten groeien. Door de takken horizontaal
uit te buigen wordt de knopzetting bevorderd. Een lei in waaiervorm kan kant-en-klaar worden
gekocht. De boom is dan ongeveer drie jaar oud en reeds in vorm gesnoeid.
1. Knip de harttak tenminste terug tot op de helft. Bind de twee sterkste zijscheuten aan
   bamboestokken en bind deze aan draden langs de muur.
2. Maak gedurende de volgende zomers de nieuwe zijscheuten aan stokken vast en knip de
   takken die verkeerd groeien af.
3. Ga door met het vastbinden van zijscheuten om de waaiervorm compleet te maken en kort de
   zijscheuten 's zomers in.

Spaliervorm
Mooi symmetrisch worden aan twee kanten takkenparen gevormd op meerdere etages.
Een spalier is geschikt voor een muur op het zuiden of westen.
1. Kies twee sterke zijscheuten uit, maak ze aan bamboestokken vast en buig ze voorzichting
   horizontaal. Maak ze vast.
2. Knip in de volgende zomer de zijscheuten terug tot op vier bladeren en bind de twee zijscheuten
   vast voor de volgende laag.
3. Als de gewenste hoogte is bereikt, moet de harttak worden afgeknipt. De zijscheuten knip je
   tot op drie bladeren terug.

Vruchtsporen
Normaliter vormen vruchtknoppen zich op tweejarig of ouder hout. Wanneer je in de herfst een
tak wegsnoeit, zal in het voorjaar daarna een nieuwe tak ontstaan die dat jaar nog geen vrucht
draagt. Dat komt pas een jaar later. Een vruchtknop ontwikkelt een erg korte, dikke en houtige
stengel waaraan zich in de jaren daarna meerdere vruchtknoppen ontwikkelen. Anders gezegd:
aan het stengeltje waaraan eerst één peer groeit zullen in de loop der jaren meerdere vruchten
groeien. Dit heet spoorvorming. Al deze sporen bij elkaar zullen na verloop van tijd een
spoorsysteem vormen, dat uitgedund moet worden omdat er anders te veel vruchten ontstaan.
Dit is tevens een verjongingskuur. Hiernaast kun je zien hoe dat werkt.

Uitbuigen
Een eenvoudige methode om jonge takken te forceren tot bloei en een betere oogst, is om de
jonge buigzame uitlopers (liefst eenjarige takken) in september in een stand van maximaal
45 graden te buigen. De tak zet je vast met een tauw aan een steen, die je op de grond legt.
Na drie weken is de tak al in de juiste positie gegroeid en kan de steen met het touw weer worden
weggehaald. De gebogen takken zullen nu meer bloemknoppen gaan vormen.

Bestuiven
Hoewel er enkele perenrassen bestaan die in meer of mindere mate zelfbestuivend zijn, geldt voor
Peren
Peren 2